vrijdag 13 februari 2009

Wanneer vrienden elkaar kwetsen

Wanneer vrienden elkaar kwetsen.
Gebaseerd op een lezing van Muhammad al-Shareef.
"Omgaan met meningsverschillen."


Op een dag ging Imam Malik (moge Allah hem genadig zijn) Masjid An-Nawabi binnen na 'Asr, en hij ging zitten tegenover de voorkant van de masjid. De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft bevolen dat iedereen, die de masjid binnengaat, niet mag zitten voordat hij eerst 2 raka' bidt als begroeting tegenover de masjid. Hoewel, Imam Malik was van menng dat het verbod van Rasul'Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) betreffende het bidden na 'Asr voorrang had boven de tahiyyatul masjid. Daarom leerde Imam Malik zijn studenten aan om de tahiyyatul masjid niet te bidden als zij de masjid binnentraden tussen 'Asr en Maghrib.

Op het moment dat Imam Malik neerzat, zag een jongeman hem zitten zonder eerst de twee raka' van tahiyyatul masjid te bidden. De jongen versmaadde hem zeggende, "Sta op en bid 2 raka'!" Imam Malik stond eerbiedig op en begon met het bidden van de 2 raka'. De studenten waren verstomd; wat gebeurde er? Was Imam Malik van mening veranderd? Nadat hij het gebed had vervolledigd, zwermden de leerlingen rondom hem en vroegen hem uit betreffende zijn handelingen. Imam Malik zei, "Mijn mening is niet veranderd, noch krabbel ik mij terug wat ik jullie voorheen heb aangeleerd. Ik vreesde slechts dat als ik niet de 2 raka' had gebeden zoals de jongeman beval, Allah (Subhana wa Ta'ala) mij zou rekenen tot:

"En wanneer er tegen hen gezegd wordt, 'Buig (in het gebed)', buigen zij niet." (77:48)

Imam Ahmad (moge Allah hem genadig zijn) was van mening dat het eten van kamelenvlees iemands wudu' verbreekt; een mening waarvan de meerderheid van de geleerden verschilde. Sommige studenten vroegen hem, "Als je een Imam kamelenvlees voor je ziet eten en, vooralleer hij wudu' maakt, leidt hij de salah, zou jij achter hem bidden?" Imam Ahmad antwoordde, "Denk je dat ik niet zou bidden achter iemand zoals Imam Malik en Sa'eed ibn Al-Musayyab?" Allah (Subhana wa Ta'ala) schiep de mensen met verschillen, en dit is de wet van de schepping. Aan de buitenkant hebben we allen verschillende talen, verschillende huidskleuren en verschillende culturen. Hoewel, aan de binnenkant zijn mensen geschapen met verschillende graden van kennis, verstand en begrip van opvattingen. Dit is allemaal een teken van Allah's allesomvattende macht om te doen wat Hij ook maar wil doen:

"En onder Zijn Tekenen is de schepping van de hemelen en de aarde, en het verschil in jullie talen en kleuren. Waarlijk, daarin zijn zeker tekenen voor de mensen met juiste kennis." (30:22)


Mensen zullen verschillen, maar dit is niet de vraag. De echte vraag is hoe een moslim deze meningsverschillen moet confronteren, en wat moet onze relatie zijn met iemand met een verschillende opinie. Allah (Subhana wa Ta'ala) beval ons om mensen te roepen naar en te adviseren tot deze Deen van Al-Islam. Vele moslims beginnen geblindoekt aan deze missie, niet realiserend dat de kaart al in de Qur'an is. In feite, in hetzelfde vers waar Allah (Subhana wa Ta'ala) ons beval om mensen te roepen naar en te adviseren in deze Deen, leerde Allah ons ook hoe wij het moeten doen. Lees het volgende vers nauwkeurig:

"Nodig uit (fi'l Amr-Allah beveelt het) tot de weg van jouw Heer met wijsheid en goede raad en discussieer met hen op een manier dat het beste is." (16:25)
Het is niet nodig om erover te filosoferen. Het staat daar vlak voor ons, duidelijk en eenvoudig voor ieder die er acht op slaat. Daar, in die aayah, zijn drie ingrediënten die gelden als we het oneens zijn met iemand. Net zoals Allah ons heeft aangeleerd om te discussiëren over de waarheid, heeft hij ons geleerd hoe wij het moeten doen: met hikmah, goede raad en op een manier te discussiëren dat het beste is. Wat betekent het om hikmah (wijsheid) te hebben wanneer wij van mening verschillen met iemand?

De kleinzonen van Rasul'Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zijn een prachtige voorbeeld van hikmah in het adviseren van anderen. Op jonge leeftijd zagen Al-Hassan wal Husayn een oudere man de wudu' onjuist verrichten. Samen bespraken ze een plan om de man te onderwijzen zonder hem te beledigen, hem op een manier te adviseren dat passende is voor zijn leeftijd. Zij gingen naar de man en zeiden, "Mijn broer en ik hebben een meningsverschil over wie het beste van ons de wudu' verricht. Zou je de rechter willen spelen om een besluit te maken wie van ons de wudu' het meest correct verricht?" De man keek oplettend toen de twee kleinzonen van de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) de wudu' verrichtten op een juiste manier. Nadat zij klaar waren, dankte de man Al Hassen wal Husayn en zei, "Bij Allah, ik wist niet hoe de wudu' te verrichten voor dit. Jullie hebben beiden mij geleerd hoe het juist te doen."


We moeten begrijpen dat er twee soorten van hikmah zijn. Eerst is er een hikmah van kennis (hikmah ilmiyyah). En als tweede is er een hikmah van handeling (hikmah amaliyyah). Sommige mensen hebben hikmah van kennis. Hoewel, we zien dat als zij anderen proberen te corrigeren, zij de hikmah van handeling missen. Dit veroorzaakt dat mensen de hikmah van kennis afwijzen. Een voorbeeld van hikmah van kennis zonder hikmah van handeling is van een broeder die zijn salah verrichtte in een plaatselijke masjid. Dan ging hij verder door het schudden van de hand met de mensen aan zijn rechter- en linkerkant. De broeder die rechts van hem zat, gaf een klap op zijn hand en snauwde hem af, "Dat is niet van de Sunnah!" De man antwoordde correct, "Oh, is respectloos en beledigend gedrag dan wel van de Sunnah?" Om hikmah te tonen wanneer we van mening verschillen is het volgende nodig:

1- Oprechtheid.

Als we van mening verschillen, moeten onze intenties zijn dat we verschillen in de oprechte hoop om uit te komen op de waarheid. Onze intenties zouden oprecht moeten zijn voor de zaak van Allah. We zouden niet mogen verschillen enkel om haat of afgunst los te laten in onze hart. Noch zouden wij mogen verschillen om iemand te beschamen zoals wij beschaamd zijn geworden. De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd: "Wie kennis opdoet (kennis die gezocht zou moeten worden voor de zaak van Allah) enkel om iets van de materiële wereld te ontvangen, hij zal niet de geur van Jannah vinden op de Dag des Oordeels." (Abu Dawud)

2- Vriendelijkheid en zachtaardigheid.

Hikmah hebben wanneer men van mening verschilt betekent zich nauwelijks van een sfeer van vriendelijkheid en zachtaardigheid verwijderen; we zouden onszelf zelden mogen toestaan om boos te worden en onze stemmen te verheffen. Fir'aun was een van de slechtse mensen die geleefd hebben. Daar tegenover was Musa ('alayhi salaam) een van de meest edele. Kijk naar hoe Allah (Subhana wa Ta'ala) aan Musa ('alayhi salaam) vertelde om Fir'aun te adviseren:

"Gaat heen, jij en je broeder, met mijn tekenen, en veronachtzaamt niet mij te gedenken. Ga naar Fir'aun: voorwaar hij overtrad. En spreekt mild tot hem, moge hij zich laten vermanen of er bang van worden." (20:42-44)

Er kwam eens een man naar de khalifah toe lopen en viel tegen hem uit omwille van enkele beslissingen die hij had genomen. De khalifah antwoordde, "Bij Allah, Fir'aun was slechter dan ik. En bij Allah, Musa ('alayhi salaam) was vromer dan jij. En toch, Allah gebood hem "en spreekt mild tot hem, moge hij zich laten vermanen of er bang van worden".

3- Neem je tijd en maak dingen duidelijk.

Hikmah hebben tijdens het omgaan met anderen houdt in dat men geduldig is en dingen verduidelijkt voordat men tot conclusies komt. Imam Ahmad (moge Allah hem genadig zijn) vertelt met een overleveringsketen die leidt tot Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu), die zei: "Een man van Banu Saleem liep langs een groep metgezellen van de Profeet Moh'ammad (salla Allahu 'alayhi wa salaam) (ten tijde van oorlog). De man zei 'Salamo 'alaykum' tegen hen. De metgezellen concludeerden dat hij enkel 'Salamo 'alaykum' zei als een misleiding om zichzelf te redden van gepakt te worden. Zij omsingelden hem en Malham ibn Juthaamah doodde hem. Na deze gebeurtenis daalde Allah (Subhana wa Ta'ala) het (volgende) vers neer:

"O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah's zaak oprukt, onderzoekt dan en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: "Gij zijt geen gelovige". Zoekt gij de goederen van dit leven? Bij Allah zijn goede dingen in overvloed. Zo waart gij voordien maar Allah bewees u Zijn gunst; stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in. Voorzeker, Allah weet, wat gij doet." (4:94)

4- Spreek vriendelijk.

Ruil nooit je vriendelijke woorden in voor hardvochtigheid, vooral niet bij het omgaan met andere moslims. In Madinah was Mus'ab ibn Umayr de eerste ambassaduer van de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam). Voordat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) in Madinah aangekomen was, leerde Mus'ab ahlul-Madinah over de Islam en zij begonnen de deen binnen te treden. Dit maakte Sa'ad ibn 'Ubaadah kwaad, een van de stamhoofden van Madinah. Hij stak zijn zwaard in zijn schede en vertrok naar Mus'ab ibn 'Umayr. Toen hij Mus'ab tegenkwam, dreigde hij, "Stop deze onzin die je uitspreekt of je zal de dood vinden." Mus'ab antwoordde op een manier dat een les voor ons alles zou moeten zijn. Sa'ad stopte niet met zijn brutaliteit en onwetendheid; hij wilde de keel van Mus'ab doorsnijden. Maar Mus'ab zei vriendelijk, "Zou je niet gaan zitten en naar me luisteren voor even. Als je het eens bent met wat ik zeg, neem het dan. En zoniet, dan zullen we ophouden met dit gepraat."

Sa'ad ging zitten. Mus'ab sprak over Allah en Zijn Boodschapper (salla Allahu 'alayhi wa salaam) totdat Sa'ad ibn 'Ubaadah's gezicht oplichtte als de volle maan. Hij zei, "Wat zou een persoon moeten doen die wenst om deze Deen binnen te treden?" Mus'ab vertelde hem en Sa'ad antwoordde, "Er is een man. Als hij deze Deen accepteert, zal er geen huis in Madinah zijn waarvan de mensen niet moslim worden. Deze man is Sa'ad ibn Mu'aadh." Toen Sa'd ibn Mu'aadh hoorde wat er gebeurd was, was hij woedend. Hij verliet zijn huis om naar deze man, Mus'ab ibn Umayr, te gaan en hem te vermoorden voor de onenigheid die hij veroorzaakt had. Hij ging naar Mus'ab en zei, "Jij zal ophouden met deze religie waarover jij spreekt of je zal de dood vinden!" Mus'ab antwoordde weer vriendelijk, "Zou je niet willen zitten en even naar me luisteren. Als je akkoord gaat met datgene wat ik zeg, neem het dan. Zoniet, dan zal ik ophouden met dit gepraat." Sa'ad ging zitten. Mus'ab sprak over Allah en Zijn Boodschapper (salla Allahu 'alayhi wa salaam) totdat Sa'ad ibn Mu'aadh's gezicht scheen zoals de volle maan en hij vroeg, "Wat zou een persoon doen die wenst om deze Deen binnen te treden?" Zie wat een vriendelijk woord doet. Sa'ad ibn Mu'aadh ging naar huis naar zijn stam in Madinah die nacht en kondigde aan hen allen, "Alles van jullie is haram voor mij totdat jullie de Islam binnentreden." Die nacht, ging iedere huis in Madinah naar bed met "La illaaha illa Allah" omwille van een vriendelijk woord.


DEEL II: Wie wint?

Toen Mu'aawiyah ibn al-Hakam al-Salami naar Madinah kwam van de woestijn, wist hij niet dat het verboden was om te spreken tijdens de salah. Hij overlevert: "Terwijl ik achter de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) bad, niesde een man. Dus zei ik, "Yarhamuk Allah" (moge Allah genade met je hebben). De mensen keken woest naar mij, dus zei ik, "Moge mijn moeder mij verliezen! Wat is er mis met jullie dat jullie naar me lijken?" Zij begonnen hun dijen te slaan met hun handen, en toen ik zag dat zij probeerden aan te tonen dat ik stil moest zijn, hield ik op met praten (d.w.z., Ik wilde hen bijna antwoorden, maar ik hield controle over mezelf en bleef stil.) Toen de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) het gebed had beëindigd - moge mijn vader en moeder voor hem geofferd worden - schold hij me niet uit, nog sloeg hij me, noch beschaamde hij me. Hij zei enkel, "Het gebed zou niets van mensenpraat moeten bevatten; het is enkel tasbeeh, takbeer en recitatie van de Qur'an." (Sahih Muslim)

De Islam toont ons hoe we van iemand moeten verschillen. Sommige mensen denken dat we helemaal niet mogen verschillen, en dat alle verschillen vermeden moeten worden. Nee, dit is een incorrecte veronderstelling, aangezien de Qur'an en de Sunnah duidelijk laten zien dat wanneer een fout gemaakt wordt, deze gecorrigeerd moet worden. Waarlijk, anderen helpen om het goede te doen (oprechte naseeha) is een vereiste van de deen. We kunnen zien dat toen de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) wegging van 'Abdullah ibn Umm Maktoom, de blinde man, Allah hem corrigeerde in de Qur'an:

"Hij fronste en wendde zich af. Omdat de blinde tot hem kwam. En wat doet jou het weten, misschien wilde hij zich reinigen (van zonden). Of zich laten onderrichten en zou het onderricht hem baten." (80:1-4)

Toen Haatib ibn Abi Balta'ah (radya Allahu 'anhu) de fout inging door het schrijven naar de kuffar van de Quraysh en hem informeerde over de richting die de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) uitging in een militaire veldtocht tegen hen, daalde Allah (Subhana wa Ta'ala) de woorden neer:

"O Jullie die geloven! Neem mijn vijanden en jullie vijanden niet tot vrienden, aan wie jullie genegenheid betonen." (60:1)

Dus we leren dat wanneer er een fout gebeurt, het gecorrigeerd moet worden. Hoewel, de methode van corrigeren is wat onze aandacht nodig heeft. Wanneer moslims discussiëren, is het alsof elke partij een spandoek draagt met, "Ik moet winnen en jij moet verliezen!" Hoewel, juiste studie van de Sunnah toont ons dat dit niet altijd het geval is met hoe de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zich gedroeg.


1- Ik verlies en jij wint.

Een bedoeïen kwam naar Rasul'Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en vertelde hem, "Geef me van wat Allah jou gegeven heeft, niet van de rijkdom van van je moeder, noch van de rijkdom van je vader." De Sahaba waren woedend op de man en stapte naar voor om hem te onderrichten voor wat hij zei. De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) beval iedereen om hem te laten. Dan bracht de Profeet Moh'ammad (salla Allahu 'alayhi wa salaam) de bedoeïen bij de hand naar huis, opende zijn deur en zei, "Neem wat je wenst en laat wat je wenst." De man deed het en nadat hij klaar was, vroeg de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "Heb ik je geëerd?" "Ja, bij Allah," zei de bedoeïen. "Ash hadu an laa ilaaha illAllah, wa ashhadu anna Muhammadar RasulAllah." Toen de Sahaba hoorde dat de man veranderde, leerde de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) hen:

"Waarlijk, het voorbeeld van mijzelf, jullie en deze bedoeïen is van een man waarvan de kameel weggelopen is. De mensen van de stad probeerden de kameel te vangen door te rennen en te roepen naar de kameel, wat enkel ervoor zorgde dat de kameel verder wegliep. De man riep, "Laat mij en mijn kameel: ik ken mijn kameel beter." Dan nam hij wat gras in zijn hand, frommelde het voor de kameel, totdat het vrijwillig kwam. Bij Allah, had ik jullie bij deze bedoeïen gelaten, dan zouden jullie hem haten, kwetsen en zou hij vertrekken zonder de Islam en uiteindelijk het Hellevuur binnentreden."

2- Ik win en jij verliest.

Een moslim hoeft geen verontschuldigende houding te hebben tegenover alles waarmee hij geconfronteerd wordt. Er zijn tijden waar de waarheid gezegd moet worden, waar er geen plaats is voor gevlei. Toen de mahzoomi vrouw (een vrouw van een welgestelde familie) gestolen had, naderden de mensen de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) om haar straf te annuleren. De Profeet Moh'ammad (salla Allahu 'alayhi wa salaam) werd erg kwaad en stond op de preekstoel terwijl hij zei, "Bij Allah, als Fatima, de dochter van Muh'ammad, gestolen had, zou ik haar hand eraf hakken." Er is geen plaats voor vleierij omdat er voor de waarheid opgestaan moet worden. Het is hier dat de etiquette van meningsverschil moet schijnen.

3- Ik win en jij wint.

Er hoeft niet altijd een verliezer te zijn. In vele gevallen, zien we dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) een uitweg gaf voor de mensen met wie hij van mening verschilde. In de brief van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) naar Caesar gezonden, zei hij, "Word moslim en je zal veilig zijn; Allah zal jou de dubbele beloning geven." Hij zei niet, "Geef je over of sterf" of iets in die aard. Eerder zei hij, "Word moslim, en niet alleen zal je winnen, maar jouw overwinning zal verdubbeld worden." Ik zal eindigen met deze oplichtende voorbeeld van het gedrag met andere moslims van onze rolmodel, Abu Bakr (radya Allahu 'anhu).

Abu Bakr (radya Allahu 'anhu) redetwistte eens met een andere metgezel over een boom. Tijdens deze dispuut zei Abu Bakr iets dat hij beter niet had gezegd. Hij had niet gevloekt, noch had hij iemands eer aangevallen. Het enige wat hij zei was iets dat een andere metgezels gevoelens zou gekwetst kunnnen hebben. Onmiddelijk verstond Abu Bakr zijn vergissing en zei tegen hem, "Zeg het terug tegen mij." De metgezel zei, "Ik zal het niet terugzeggen." "Zeg het terug tegen mij," zei Abu Bakr, "of ik zal klagen bij de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam)." De metgezel weigerde om het terug te zeggen en ging weer weg. Abu Bakr (radya Allahu 'anhu) ging naar de Boodschapper (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en vertelde wat er gebeurd was en wat hij zei. De Profeet Moh'ammad (salla Allahu 'alayhi wa salaam) riep die metgezel en vroeg hem, "Heeft Abu Bakr dit en dat tegen jou gezegd?" Hij zei, "Ja". Hij vroeg, "Wat heb je geantwoord?" Hij zei, "Ik heb hem niet teruggeantwoord." De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Goed, antwoord hem niet terug (kwets Abu Bakr niet). Zeg eerder, 'Moge Allah jou vergeven, O Abu Bakr.'" De metgezel ging naar Abu Bakr en zei, "Moge Allah je vergeven, O Abu Bakr. Moge Allah je vergeven, O Abu Bakr." Abu Bakr huilde toen hij wegging.

Laten we een oplossing ontwikkelen om deze ademlucht die de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en zijn metgezellen uitademden te laten herleven; een lucht van genade, liefde en broederschap.

En Allah (Subhana wa Ta'ala) weet het best.