dinsdag 15 maart 2011
zaterdag 12 maart 2011
Het is beter om onwetend te zijn dan....
Sa’dee Al-Shirazee schreef:
عام نادان پریشان روزگار به ز دانشمند ناپرهزیرگار کان به نابینایی از راه اوفتاد
وین دوچشمش بود و در چاه اوفتاد
“Het is beter om onwetend te zijn dan iemand die weet en vervolgens zijn begeerten niet bedwingt, want de eerste raakt zijn weg kwijt omdat hij blind is, terwijl de tweede met beide ogen wijd open in de put valt!”
["Gulistane Sa'dee", 293].
عام نادان پریشان روزگار به ز دانشمند ناپرهزیرگار کان به نابینایی از راه اوفتاد
وین دوچشمش بود و در چاه اوفتاد
“Het is beter om onwetend te zijn dan iemand die weet en vervolgens zijn begeerten niet bedwingt, want de eerste raakt zijn weg kwijt omdat hij blind is, terwijl de tweede met beide ogen wijd open in de put valt!”
["Gulistane Sa'dee", 293].
Kennis kent drie stadia
Shaykh Bakr Abu Zayd schreef:
فقد قيل: العلم ثلاثة أشبار، من دخل في الشبر الأول، تكبر ومن دخل في الشبر الثانى، تواضع ومن دخل في الشبر الثالث، علم أنه ما يعلم
“Er was gezegd dat kennis drie stadia kent: Degene die de eerste stadia binnentreedt wordt arrogant, degene die de tweede stadia binnentreedt wordt nederig en degene die de derde stadia binnentreedt zal weten dat hij niets weet!”
["Hilyat Talib-ul-Ilm", 41].
فقد قيل: العلم ثلاثة أشبار، من دخل في الشبر الأول، تكبر ومن دخل في الشبر الثانى، تواضع ومن دخل في الشبر الثالث، علم أنه ما يعلم
“Er was gezegd dat kennis drie stadia kent: Degene die de eerste stadia binnentreedt wordt arrogant, degene die de tweede stadia binnentreedt wordt nederig en degene die de derde stadia binnentreedt zal weten dat hij niets weet!”
["Hilyat Talib-ul-Ilm", 41].
donderdag 10 maart 2011
zaterdag 5 maart 2011
Manieren om sihrr af te weren
Bismillah arRahman arRahim inna alhamdullilahi wa salatu wa salam ala Rasul lillah ama ba'd
Uit Majmoo’ Fataawa wa Maqaalaat al-Shaykh ‘Abd al-‘Azeez ibn Baaz (rahimahullah), vol. 8
Onder de belangrijkste middelen om het gevaar van sihr af te weren voordat het gebeurt, is bescherming zoeken doormiddel van de adhkaar (dhikr) die voorgeschreven zijn in de islam, du’a verrichten en gebeden reciteren die overgeleverd zijn van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) om toevlucht te zoeken.
Deze omvatten:
1. Het reciteren van Aayat al-Kursi (al-Baqarah 2:255) na elk verplicht gebed, na het reciteren van de adhkaar die voorgeschreven zijn na de salaam.
2. Het reciteren van Aayat al-Kursi wanneer men gaat slapen. Dit is de belangrijkste aayah in de Qur’aan, waarin Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
Allah! Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande. Sluimer, noch slaap overmant Hem. Al wat in de hemelen en wat op aarde is, behoort Hem toe. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn verlof? Hij kent hetgeen voor hen is en wat achter hen is en zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet; Hij is de Verhevene, de Grote. (al-Baqarah 2:255)
3. “Qul huwa Allahu ahad”, “Qul a’udhu bi Rabb il-Falaq” en “Qul a’udhu bi Rabb il-Naas” (de laatste drie soerah's van de Qur'aan) reciteren na elk verplicht gebed en (drie keer) aan het begin van de dag na het Fajr gebed en aan het begin van de nacht na het Maghrib gebed.
4. Aan het begin van de nacht de laatste twee aayahs van Soerat al-Baqarah reciteren. Dit zijn de twee aayahs waarin Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
Deze boodschapper gelooft in hetgeen hem van zijn Heer is geopenbaard en ook de gelovigen, allen geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers, zeggende: "Wij maken geen verschil tussen Zijn boodschappers"; en zij zeggen: "Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, Heer, wij vragen U vergiffenis en tot U is (onze) terugkeer."
Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. "Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of als wij een fout hebben begaan, Heer, en belast ons niet, zoals Gij degenen, die vóór ons waren hebt belast; onze Heer belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons barmhartig; Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk." (al-Baqarah 2:285-286)
En het is overgeleverd in een sahih hadith dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gezegd heeft:
“Degene die ’s nachts Aayat al-Kursi reciteert, zal bescherming van Allah genieten en geen duivel zal dichtbij hem komen totdat de ochtend komt.”
En het is ook overgeleverd in een sahih hadith dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gezegd heeft:
“Degene die ’s nachts de laatste twee aayahs van Soerat al-Baqarah reciteert, dat zal voldoende voor hem zijn.”
De betekenis (en Allah weet het het beste) is dat het voldoende bescherming voor hem zal zijn tegen al het kwaad.
5. Toevlucht zoeken bij de perfecte woorden van Allah tegen het kwaad van wat Hij gecreëerd heeft, zowel 's nachts als overdag en wanneer men ergens stopt om te rusten, of dat nou in de stad is, in de woestijn, in de lucht of op zee.
De Profeet (sallAllahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd:
"Degene die stopt om te rusten en 'A’oodhu bi kalimaat Allah il-taammah min sharri ma khalaq' (Ik zoek toevlucht bij de perfecte woorden van Allah voor het kwaad van wat Hij gecreëerd heeft) zegt, niets zal hem kwaad doen tot hij van die plek weggaat."
6. De moslim zou aan het begin van de dag en aan het begin van de nacht (drie keer) “Bismillah alladhi laa yadurr ma’a ismihi shay’un fi’l-ardi wa laa fi’l-samaa’i wa huwa al-samee’ al-‘aliem" moeten zeggen.
Volgens sahih overleveringen, spoorde de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) ons aan om dit te reciteren en het is een manier om ongedeerd te blijven van al het kwaad.
Deze adhkaar en gebeden voor toevlucht behoren tot de belangrijkste middelen om het kwaad van sihr (hekserij) en ander kwaad af te weren voor degene die ze regelmatig reciteert met oprechtheid en geloof, vertrouwend op Allah en afhankelijk van Hem en die daar tevreden mee is.
Het zijn ook een paar van de meest effectieve wapens voor het afweren van sihr nadat het gebeurd is, gepaard met Allah voortdurend nederig smeken en Hem vragen om het kwaad te verwijderen en het onheil te verlichten.
Onder de du’a’s die van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) zijn overgeleverd om ziektes zoals sihr en andere dingen te behandelen, is de ruqyah waarmee hij zijn metgezellen behandelde:
“Allahumma Rabb al-naas, adhhib il-ba’s, washfi anta al-Shaafi laa shifaa’a illa shifaa’uka shifaa’an laa yughaadir saqaman” (O Allah, Heer der mensheid, verwijder het kwaad en genees hem, want U bent de Genezer en er is geen genezing behalve Uw genezing, met een genezing die geen enkele ziekte achterlaat).
Er is ook de ruqyah waarmee Jibril de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) behandelde:
“Bismillah urqieka min kulli shay’in yu’dhieka, wa min sharri kulli nafsin aw ‘aynin haasid Allaah yashfiek, bismillah urqiek” (In de naam van Allah verricht ik ruqyah voor jou, van alles wat jou kwaad doet, van het kwaad van elke ziel of afgunstig oog, moge Allah jou genezen, in de naam van Allah verricht ik ruqyah voor jou). Dit zou drie keer herhaald moeten worden.
En Allah weet het het beste.
Uit Majmoo’ Fataawa wa Maqaalaat al-Shaykh ‘Abd al-‘Azeez ibn Baaz (rahimahullah), vol. 8
Onder de belangrijkste middelen om het gevaar van sihr af te weren voordat het gebeurt, is bescherming zoeken doormiddel van de adhkaar (dhikr) die voorgeschreven zijn in de islam, du’a verrichten en gebeden reciteren die overgeleverd zijn van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) om toevlucht te zoeken.
Deze omvatten:
1. Het reciteren van Aayat al-Kursi (al-Baqarah 2:255) na elk verplicht gebed, na het reciteren van de adhkaar die voorgeschreven zijn na de salaam.
2. Het reciteren van Aayat al-Kursi wanneer men gaat slapen. Dit is de belangrijkste aayah in de Qur’aan, waarin Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
Allah! Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande. Sluimer, noch slaap overmant Hem. Al wat in de hemelen en wat op aarde is, behoort Hem toe. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn verlof? Hij kent hetgeen voor hen is en wat achter hen is en zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet; Hij is de Verhevene, de Grote. (al-Baqarah 2:255)
3. “Qul huwa Allahu ahad”, “Qul a’udhu bi Rabb il-Falaq” en “Qul a’udhu bi Rabb il-Naas” (de laatste drie soerah's van de Qur'aan) reciteren na elk verplicht gebed en (drie keer) aan het begin van de dag na het Fajr gebed en aan het begin van de nacht na het Maghrib gebed.
4. Aan het begin van de nacht de laatste twee aayahs van Soerat al-Baqarah reciteren. Dit zijn de twee aayahs waarin Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
Deze boodschapper gelooft in hetgeen hem van zijn Heer is geopenbaard en ook de gelovigen, allen geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers, zeggende: "Wij maken geen verschil tussen Zijn boodschappers"; en zij zeggen: "Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, Heer, wij vragen U vergiffenis en tot U is (onze) terugkeer."
Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. "Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of als wij een fout hebben begaan, Heer, en belast ons niet, zoals Gij degenen, die vóór ons waren hebt belast; onze Heer belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons barmhartig; Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk." (al-Baqarah 2:285-286)
En het is overgeleverd in een sahih hadith dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gezegd heeft:
“Degene die ’s nachts Aayat al-Kursi reciteert, zal bescherming van Allah genieten en geen duivel zal dichtbij hem komen totdat de ochtend komt.”
En het is ook overgeleverd in een sahih hadith dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gezegd heeft:
“Degene die ’s nachts de laatste twee aayahs van Soerat al-Baqarah reciteert, dat zal voldoende voor hem zijn.”
De betekenis (en Allah weet het het beste) is dat het voldoende bescherming voor hem zal zijn tegen al het kwaad.
5. Toevlucht zoeken bij de perfecte woorden van Allah tegen het kwaad van wat Hij gecreëerd heeft, zowel 's nachts als overdag en wanneer men ergens stopt om te rusten, of dat nou in de stad is, in de woestijn, in de lucht of op zee.
De Profeet (sallAllahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd:
"Degene die stopt om te rusten en 'A’oodhu bi kalimaat Allah il-taammah min sharri ma khalaq' (Ik zoek toevlucht bij de perfecte woorden van Allah voor het kwaad van wat Hij gecreëerd heeft) zegt, niets zal hem kwaad doen tot hij van die plek weggaat."
6. De moslim zou aan het begin van de dag en aan het begin van de nacht (drie keer) “Bismillah alladhi laa yadurr ma’a ismihi shay’un fi’l-ardi wa laa fi’l-samaa’i wa huwa al-samee’ al-‘aliem" moeten zeggen.
Volgens sahih overleveringen, spoorde de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) ons aan om dit te reciteren en het is een manier om ongedeerd te blijven van al het kwaad.
Deze adhkaar en gebeden voor toevlucht behoren tot de belangrijkste middelen om het kwaad van sihr (hekserij) en ander kwaad af te weren voor degene die ze regelmatig reciteert met oprechtheid en geloof, vertrouwend op Allah en afhankelijk van Hem en die daar tevreden mee is.
Het zijn ook een paar van de meest effectieve wapens voor het afweren van sihr nadat het gebeurd is, gepaard met Allah voortdurend nederig smeken en Hem vragen om het kwaad te verwijderen en het onheil te verlichten.
Onder de du’a’s die van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) zijn overgeleverd om ziektes zoals sihr en andere dingen te behandelen, is de ruqyah waarmee hij zijn metgezellen behandelde:
“Allahumma Rabb al-naas, adhhib il-ba’s, washfi anta al-Shaafi laa shifaa’a illa shifaa’uka shifaa’an laa yughaadir saqaman” (O Allah, Heer der mensheid, verwijder het kwaad en genees hem, want U bent de Genezer en er is geen genezing behalve Uw genezing, met een genezing die geen enkele ziekte achterlaat).
Er is ook de ruqyah waarmee Jibril de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) behandelde:
“Bismillah urqieka min kulli shay’in yu’dhieka, wa min sharri kulli nafsin aw ‘aynin haasid Allaah yashfiek, bismillah urqiek” (In de naam van Allah verricht ik ruqyah voor jou, van alles wat jou kwaad doet, van het kwaad van elke ziel of afgunstig oog, moge Allah jou genezen, in de naam van Allah verricht ik ruqyah voor jou). Dit zou drie keer herhaald moeten worden.
En Allah weet het het beste.
De beste aanbidding voor u is om een halve dag te slapen
As-Sa’dee Al-Shirazi schreef:
Een onrechtvaardige heerser vroeg aan een aanbidder: “Wat is de beste vorm van aanbidding?” Hij zei: “De beste aanbidding voor u is om een halve dag te slapen, zodat u de mensen niet lastig valt voor een tijdje”
["Gulistane Sa'dee", 45]
Een onrechtvaardige heerser vroeg aan een aanbidder: “Wat is de beste vorm van aanbidding?” Hij zei: “De beste aanbidding voor u is om een halve dag te slapen, zodat u de mensen niet lastig valt voor een tijdje”
["Gulistane Sa'dee", 45]
maandag 28 februari 2011
zaterdag 26 februari 2011
Verbazing wekkend is de hoogmoedige opschepper
Ibn Muflih Al-Hanbali zei:
قال محمد بن علي : يا عجبا من المختال الفخور الذي خلق من نطفة ثم يصير جيفة لا يدري بعد ذلك ما يفعل به
“Muhammad bin Alee bin Hussain zei: “Verbazing wekkend is de hoogmoedige opschepper. Hij die geschapen is vanuit een zaadcel en eindigd als een kadaver, vervolgens weet hij niet wat er met hem gedaan zal worden”.
["Al-Adaab Al-Shar'iyah", 209].
قال محمد بن علي : يا عجبا من المختال الفخور الذي خلق من نطفة ثم يصير جيفة لا يدري بعد ذلك ما يفعل به
“Muhammad bin Alee bin Hussain zei: “Verbazing wekkend is de hoogmoedige opschepper. Hij die geschapen is vanuit een zaadcel en eindigd als een kadaver, vervolgens weet hij niet wat er met hem gedaan zal worden”.
["Al-Adaab Al-Shar'iyah", 209].
vrijdag 25 februari 2011
donderdag 24 februari 2011
Het maakt mij niet uit...
Umar Ibn Al-Khattaab zei:
ما أبالي أصبحت على ما أحب، أو على ما أكره، لأني لا أدري الخير فيما أحب أو فيما أكره
“Het maakt mij niet uit in wat voor hoedanigheid ik wakker wordt, goed of slecht. Omdat ik niet weet wat goed voor mij is noch weet ik wat slecht voor mij is”.
["Tanbih Al-Ghafileen", 306].
ما أبالي أصبحت على ما أحب، أو على ما أكره، لأني لا أدري الخير فيما أحب أو فيما أكره
“Het maakt mij niet uit in wat voor hoedanigheid ik wakker wordt, goed of slecht. Omdat ik niet weet wat goed voor mij is noch weet ik wat slecht voor mij is”.
["Tanbih Al-Ghafileen", 306].
maandag 21 februari 2011
woensdag 16 februari 2011
maandag 14 februari 2011
''Een traan om de Qur’aan''
Alle lof zij Allah, en gebeden en vrede zij met de Boodschapper van Allah en zijn familie, metgezellen en degenen die hem bijstonden.
Ik wil dat mijn broeders en zusters aandachtig luisteren naar dit advies dat in eerste instantie voor mezelf bedoeld is. Ik wil namelijk met jullie stilstaan bij het Boek van Allah. Het Boek dat Hij geopenbaard heeft aan Zijn laatste Profeet Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) middels de tussenkomst van de engel Djibriel.
Wat is de toestand en de houding van ons vandaag de dag tegenover de Qur’aan en zijn wij bekend met de gunsten van het reciteren van dit Boek?
De Qur’aan is een Licht dat niet gedoofd kan worden. Het is een genezing en barmhartigheid voor de harten. De harten zullen bloeien en tot leven komen door middel van de Qur’aan. Het is het Stevige Koord van Allah, de Wijze Vermaning en het Rechte Pad. Dit Boek is niet onderhevig aan op- of aanmerkingen en bij het openen ervan gaan de harten open. Al wie er één letter uit reciteert, krijgt één verdienste dat tienvoudig wordt vermenigvuldigd. Hij zal op de Dag des Oordeels als bemiddelaar optreden voor de zijnen en al zouden alle mensen en djinn bijeenkomen om met het gelijke te komen, dan zouden zij niet hiertoe in staat zijn, ook al zouden zij elkaars helpers zijn.
De besten onder de mensen zijn zij die de Qur’aan leren en het onderwijzen. De Qur’aan is de beste metgezel voor een gelovige gedurende het leven. Hij leest het, overpeinst het en past het toe. Het is zijn leidraad, rustgever en opvoeder. Telkens wanneer de gelovige getroffen wordt door verdriet, pijn, zorgen en ongemakkelijkheden vindt hij zijn rust bij het reciteren van een aantal verzen uit dit Geweldige Boek.
Wat is onze toestand bij het reciteren van dit Geweldige Boek en staan wij stil bij de verzen die wij reciteren? Hoe lang is het geleden dat wij een traantje hebben weggepinkt om de Qur’aan? Bijvoorbeeld bij het reciteren van de verzen die ons berichten over het Paradijs en het Hellevuur. Wat is er toch met onze harten gebeurd? Het lijkt alsof zij van steen zijn en dit terwijl zelfs een steen neervalt en een berg verpulvert en onderwerpt uit vrees voor Allah!
Kijk naar de toestand van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Hij vroeg cAbdullaah ibn Mascoed (moge Allah behaagd met hem zijn) om te reciteren en deze begon vervolgens te reciteren uit soerat Annisaa’ totdat hij aankwam bij het volgende vers:
فَكَيْفَ إِذَا جِئْنَا مِن كُلِّ أمَّةٍ بِشَهِيدٍ وَجِئْنَا بِكَ عَلَى هَـؤُلاء شَهِيداً
“En hoe dan, indien Wij uit iedere gemeenschap een getuige (een Profeet) naar voren brengen en Wij jou (O Mohammed) als getuige tegen diegenen (van jouw gemeenschap die zondigen) naar voren brengen?” (Annissaa’, 41)
De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei toen tegen hem: “Genoeg.” Toen cAbdullaah ibn Mascoed (moge Allah behaagd met hem zijn) opkeek, zag hij dat de ogen van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) traanden. (Al-Bukhaarie en Muslim)
Wanneer heb je voor het laatst het Boek van Allah gereciteerd en ben je erdoor geraakt. O wee de verharding van de harten. O wee de tijdschriften, kranten, feesten, onzinnige bijeenkomsten die ons afhouden van het Boek van Allah.
Eén van degenen die aanspraak maken op de schaduw van Allah op een Dag dat er geen schaduw zal zijn dan Zijn schaduw is een persoon die op het moment van alleen zijn aan Allah denkt en zijn ogen tranen.
Toen Bilaal ibn Rabaah (moge Allah behaagd met hem zijn) in de vroege ochtend bij de Profeet (Allah’s gebeden vrede zij met hem) kwam, trof hij hem in een huilende toestand. En Bilaal (moge Allah behaagd met hem zijn) vroeg de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Huilt u terwijl Allah uw voorgaande en toekomstige zonden vergeven heeft?” Toen zei de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “O Bilaal, moet ik dan geen dankbare dienaar zijn en Allah heeft in deze nacht een vers geopenbaard, namelijk:
إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَاخْتِلاَفِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لآيَاتٍ لِّأُوْلِي الألْبَابِ
“Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker Tekenen voor bezitters van begrip.” (Aal-cimraan, 190)
En de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei toen: “O wee degene die het reciteert en het niet overpeinst!” (Ibn Habbaan, en authentiek verklaard door imaam Al-Albaanie)
En hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) vulde één van de nachten met het herhalen van één vers, terwijl hij daarbij huilde. En toen Djubair ibn Mutcim (moge Allah behaagd met hem zijn) enkele verzen hoorde uit de mond van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei hij: “Mijn hart vloog er bijna uit!” Vervolgens haastte hij zich naar de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) om de Islaam binnen te treden. En zo stond Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) bekend als een teergevoelige man die zijn emotie bij het reciteren niet kon bedwingen. En zo was ook het gehuil van cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) met het ochtendgebed in de laatste rijen te horen.
De Qur’aan, o beste moslims, zie wat het deed met onze vrome voorgangers!
Keert terug naar het Licht en de bron van kennis. Waarom zoeken wij ons geluk in andere zaken, terwijl dit Boek binnen handbereik ligt? Laat jij er dagelijks wat uit lezen, leren en probeer het te overpeinzen. Wees nederig en raak geëmotioneerd door de zoetheid van de Qur’aan opdat jij tot de gelukkigen zal behoren.
Moge Allah ons doen behoren tot degenen die de Qur’aan lezen, overpeinzen en toepassen.
Advies van aboe Tariq
Ik wil dat mijn broeders en zusters aandachtig luisteren naar dit advies dat in eerste instantie voor mezelf bedoeld is. Ik wil namelijk met jullie stilstaan bij het Boek van Allah. Het Boek dat Hij geopenbaard heeft aan Zijn laatste Profeet Mohammed (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) middels de tussenkomst van de engel Djibriel.
Wat is de toestand en de houding van ons vandaag de dag tegenover de Qur’aan en zijn wij bekend met de gunsten van het reciteren van dit Boek?
De Qur’aan is een Licht dat niet gedoofd kan worden. Het is een genezing en barmhartigheid voor de harten. De harten zullen bloeien en tot leven komen door middel van de Qur’aan. Het is het Stevige Koord van Allah, de Wijze Vermaning en het Rechte Pad. Dit Boek is niet onderhevig aan op- of aanmerkingen en bij het openen ervan gaan de harten open. Al wie er één letter uit reciteert, krijgt één verdienste dat tienvoudig wordt vermenigvuldigd. Hij zal op de Dag des Oordeels als bemiddelaar optreden voor de zijnen en al zouden alle mensen en djinn bijeenkomen om met het gelijke te komen, dan zouden zij niet hiertoe in staat zijn, ook al zouden zij elkaars helpers zijn.
De besten onder de mensen zijn zij die de Qur’aan leren en het onderwijzen. De Qur’aan is de beste metgezel voor een gelovige gedurende het leven. Hij leest het, overpeinst het en past het toe. Het is zijn leidraad, rustgever en opvoeder. Telkens wanneer de gelovige getroffen wordt door verdriet, pijn, zorgen en ongemakkelijkheden vindt hij zijn rust bij het reciteren van een aantal verzen uit dit Geweldige Boek.
Wat is onze toestand bij het reciteren van dit Geweldige Boek en staan wij stil bij de verzen die wij reciteren? Hoe lang is het geleden dat wij een traantje hebben weggepinkt om de Qur’aan? Bijvoorbeeld bij het reciteren van de verzen die ons berichten over het Paradijs en het Hellevuur. Wat is er toch met onze harten gebeurd? Het lijkt alsof zij van steen zijn en dit terwijl zelfs een steen neervalt en een berg verpulvert en onderwerpt uit vrees voor Allah!
Kijk naar de toestand van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem). Hij vroeg cAbdullaah ibn Mascoed (moge Allah behaagd met hem zijn) om te reciteren en deze begon vervolgens te reciteren uit soerat Annisaa’ totdat hij aankwam bij het volgende vers:
فَكَيْفَ إِذَا جِئْنَا مِن كُلِّ أمَّةٍ بِشَهِيدٍ وَجِئْنَا بِكَ عَلَى هَـؤُلاء شَهِيداً
“En hoe dan, indien Wij uit iedere gemeenschap een getuige (een Profeet) naar voren brengen en Wij jou (O Mohammed) als getuige tegen diegenen (van jouw gemeenschap die zondigen) naar voren brengen?” (Annissaa’, 41)
De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei toen tegen hem: “Genoeg.” Toen cAbdullaah ibn Mascoed (moge Allah behaagd met hem zijn) opkeek, zag hij dat de ogen van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) traanden. (Al-Bukhaarie en Muslim)
Wanneer heb je voor het laatst het Boek van Allah gereciteerd en ben je erdoor geraakt. O wee de verharding van de harten. O wee de tijdschriften, kranten, feesten, onzinnige bijeenkomsten die ons afhouden van het Boek van Allah.
Eén van degenen die aanspraak maken op de schaduw van Allah op een Dag dat er geen schaduw zal zijn dan Zijn schaduw is een persoon die op het moment van alleen zijn aan Allah denkt en zijn ogen tranen.
Toen Bilaal ibn Rabaah (moge Allah behaagd met hem zijn) in de vroege ochtend bij de Profeet (Allah’s gebeden vrede zij met hem) kwam, trof hij hem in een huilende toestand. En Bilaal (moge Allah behaagd met hem zijn) vroeg de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “Huilt u terwijl Allah uw voorgaande en toekomstige zonden vergeven heeft?” Toen zei de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem): “O Bilaal, moet ik dan geen dankbare dienaar zijn en Allah heeft in deze nacht een vers geopenbaard, namelijk:
إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَاخْتِلاَفِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لآيَاتٍ لِّأُوْلِي الألْبَابِ
“Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker Tekenen voor bezitters van begrip.” (Aal-cimraan, 190)
En de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei toen: “O wee degene die het reciteert en het niet overpeinst!” (Ibn Habbaan, en authentiek verklaard door imaam Al-Albaanie)
En hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) vulde één van de nachten met het herhalen van één vers, terwijl hij daarbij huilde. En toen Djubair ibn Mutcim (moge Allah behaagd met hem zijn) enkele verzen hoorde uit de mond van de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei hij: “Mijn hart vloog er bijna uit!” Vervolgens haastte hij zich naar de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) om de Islaam binnen te treden. En zo stond Aboe Bakr (moge Allah behaagd met hem zijn) bekend als een teergevoelige man die zijn emotie bij het reciteren niet kon bedwingen. En zo was ook het gehuil van cUmar (moge Allah behaagd met hem zijn) met het ochtendgebed in de laatste rijen te horen.
De Qur’aan, o beste moslims, zie wat het deed met onze vrome voorgangers!
Keert terug naar het Licht en de bron van kennis. Waarom zoeken wij ons geluk in andere zaken, terwijl dit Boek binnen handbereik ligt? Laat jij er dagelijks wat uit lezen, leren en probeer het te overpeinzen. Wees nederig en raak geëmotioneerd door de zoetheid van de Qur’aan opdat jij tot de gelukkigen zal behoren.
Moge Allah ons doen behoren tot degenen die de Qur’aan lezen, overpeinzen en toepassen.
Advies van aboe Tariq
zondag 13 februari 2011
vrijdag 11 februari 2011
woensdag 9 februari 2011
dinsdag 8 februari 2011
“En bespioneert elkaar niet”
Imam Al-Bukhaaree heeft overgeleverd:
قال ابن عباس : ( ولا تلمزوا أنفسكم ) أي : لا يطعن بعضكم على بعض
“Ibn Abbaas zei over de Ayah: “En bespioneert elkaar niet”, verdoe je tijd niet met het zoeken naar fouten bij anderen.”
["Adab Al-Mufrad", 329].
قال ابن عباس : ( ولا تلمزوا أنفسكم ) أي : لا يطعن بعضكم على بعض
“Ibn Abbaas zei over de Ayah: “En bespioneert elkaar niet”, verdoe je tijd niet met het zoeken naar fouten bij anderen.”
["Adab Al-Mufrad", 329].
woensdag 2 februari 2011
Winter
Aboe Hoerairah radiallahoe' anhoe zei: "Zal ik jullie iets vertellen dat jullie op een makkelijke manier veel kan opbrengen?" De mensen antwoordden: "En wat is dat, o Aboe Hoerairah?" Hij zei: "Het is vasten in de winter."
'Umar radiAllahoe 'anhoe zei: "Winter is een oorlogsbuit voor de devote aanbidders", dwz een oorlogsbuit die is verkregen zonder strijd en inspanning.
'Oebayd ibn 'Oemayr rahimahoellah zei: "Als de winter aanbrak werd er gezegd: "O mensen van de Qor'aan, de nacht is lang geworden zodat jullie veel kunnen bidden en de dag is kort geworden zodat jullie (makkelijk) kunnen vasten."
[Abu Nu’aym - Hilyat Al-Awliyaa]
'Umar radiAllahoe 'anhoe zei: "Winter is een oorlogsbuit voor de devote aanbidders", dwz een oorlogsbuit die is verkregen zonder strijd en inspanning.
'Oebayd ibn 'Oemayr rahimahoellah zei: "Als de winter aanbrak werd er gezegd: "O mensen van de Qor'aan, de nacht is lang geworden zodat jullie veel kunnen bidden en de dag is kort geworden zodat jullie (makkelijk) kunnen vasten."
[Abu Nu’aym - Hilyat Al-Awliyaa]
Abonneren op:
Posts (Atom)
